Zwangerschapsdiabetes: wat de uitslag betekent en wat je nu doet

De uitslag komt binnen en je schrikt. Diabetes. Iets wat je associeert met een ziekte die je houdt — terwijl je alleen maar zwanger bent.

Wat het is

Tijdens de zwangerschap maakt de placenta hormonen die de werking van insuline tegenwerken. Bij de meeste vrouwen maakt het lichaam gewoon meer insuline aan. Bij zo'n vijf tot tien procent lukt dat onvoldoende, en dan stijgt je bloedsuiker.

Het is dus geen gevolg van te veel snoepen. Het is een reactie van je lichaam op de zwangerschap. In veruit de meeste gevallen verdwijnt het binnen enkele weken na de bevalling.

Je hebt dit niet veroorzaakt. Erfelijkheid, leeftijd en een eerdere zwangerschap wegen zwaarder dan wat je at.

Waarom het behandeld wordt

Te hoge bloedsuikers gaan via de placenta naar je baby, die daardoor sneller groeit. Dat maakt de bevalling zwaarder en verhoogt de kans op complicaties. Ook kan je baby na de geboorte een te lage bloedsuiker hebben, waar het ziekenhuis kort op controleert.

Behandeling brengt die risico's grotendeels terug naar normaal. Dat is de hele reden dat er getest wordt.

Wat je zelf kunt sturen

  • Verdeel je koolhydraten over de dag. Zes kleine momenten in plaats van drie grote pieken.
  • Combineer altijd. Koolhydraten met eiwit of vet erbij — brood met ei, fruit met noten. Dat vlakt de piek af.
  • Kies trage varianten: volkoren, peulvruchten, groente. Wit brood, sap en frisdrank geven de scherpste pieken.
  • Wandel na het eten. Tien tot vijftien minuten verlaagt je bloedsuiker meetbaar. Dit is een van de effectiefste dingen die je kunt doen.
  • Ontbijt is het lastigst. 's Ochtends is je lichaam het minst gevoelig voor insuline. Houd het koolhydraatarm.

Prikken en meten

Je krijgt een meter mee en prikt meestal vier keer per dag: nuchter en na elke maaltijd. Dat voelt de eerste week als een enorme belasting en wordt daarna routine. Noteer wat je at bij afwijkende waarden — dan zie je snel welke maaltijden voor jou lastig zijn.

Lukt het met voeding niet, dan komt er insuline bij. Dat is geen falen. Sommige lichamen hebben het simpelweg nodig.

Wat het voor de bevalling betekent

Je wordt meestal doorverwezen naar de gynaecoloog en er wordt vaker gecontroleerd hoe je baby groeit. Bij insulinegebruik wordt vaak niet ver over de uitgerekende datum gewacht. Dat betekent niet automatisch een keizersnede.

Na de bevalling

Laat je bloedsuiker rond zes weken na de bevalling opnieuw controleren. Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, hebben later een verhoogde kans op diabetes type 2 — goed om te weten, en goed te beïnvloeden met beweging en voeding.