Starten met vaste voeding: hapjes stap voor stap zonder stress

Ze zit in de kinderstoel, jij hebt een potje pastinaak, en je hebt geen idee of dit het goede moment is. Ondertussen roept de ene vriendin dat ze bij vier maanden begon en de andere dat je tot zes moet wachten.

Wanneer begin je

De richtlijn in Nederland: ergens tussen vier en zes maanden, en niet eerder dan vier maanden. Wacht op de signalen van je kind, niet op de kalender:

  • Ze kan met steun rechtop zitten en houdt haar hoofd stabiel.
  • De tongreflex die alles automatisch naar buiten duwt is verdwenen.
  • Ze kijkt met belangstelling naar wat jij eet en maakt kauwbewegingen.
  • Ze kan iets naar haar mond brengen.

Het eerste half jaar is oefenen

Dit is het stuk dat niemand duidelijk zegt: tot ongeveer twaalf maanden blijft melk — borst of fles — de belangrijkste voeding. Hapjes zijn oefening in smaak, textuur en kauwen. Als je baby na drie lepels klaar is, is dat prima. Geen enkele hoeveelheid is het doel.

Jij bepaalt wat er op tafel komt en wanneer. Je kind bepaalt of het eet en hoeveel. Zodra je die grens gaat oversteken, begint de strijd.

Waarmee begin je

Begin met groente, en het liefst met de wat bitterdere soorten — broccoli, spinazie, sperziebonen — vóórdat je aan zoete smaken als wortel en pastinaak begint. Fruit valt vanzelf in de smaak; groente moet aangeleerd worden.

Bied dezelfde smaak een paar dagen achter elkaar aan. Een kind heeft gemiddeld tien tot vijftien keer nodig voordat een nieuwe smaak vertrouwd is. Dat het de eerste keer wordt uitgespuugd zegt niets.

Allergenen: juist vroeg, niet laat

Het advies is de laatste jaren omgedraaid. Uitstellen van allergene voeding verhoogt het risico juist. Introduceer pinda (als gladde pindakaas of poeder, nooit hele noten), ei, koemelkproducten, vis en tarwe vanaf ongeveer zes maanden.

Doe het één voor één, met een paar dagen ertussen, overdag zodat je kunt observeren. Is er allergie in de familie of heeft je kind flink eczeem? Overleg dan eerst met het consultatiebureau of de huisarts.

Waar je van afblijft

  • Zout. Babynieren kunnen het niet verwerken. Kook zonder, ook in het gezinseten.
  • Honing tot twaalf maanden, vanwege het risico op botulisme.
  • Hele noten, druiven, worteltjes rauw, snoepjes — verstikkingsgevaar. Snijd druiven en tomaatjes in de lengte in vieren.
  • Rijstwafels en rijstdrank als vast onderdeel, vanwege arseen.
  • Suiker en gezoete toetjes. Wat je nu niet introduceert, hoeft ze straks niet af te leren.

Hapjes of zelf laten pakken

Beide werken. Gepureerd is voorspelbaar en overzichtelijk; zelf laten pakken ("baby led weaning") traint de mondmotoriek en is een stuk minder werk voor jou. De meeste gezinnen doen uiteindelijk een mengvorm, en dat is prima.

Bied bij zelf pakken stukken aan ter grootte van je pink, zacht genoeg om tussen duim en wijsvinger plat te drukken. Blijf erbij zitten, altijd.

Kokhalzen is niet verslikken. Kokhalzen maakt geluid en is een beschermingsreflex. Verslikken is stil. Leer het verschil, dan durf je te ontspannen.

Een cursus reanimatie bij kinderen geeft veel rust in deze fase. Het duurt één avond en je hoeft er hopelijk nooit iets mee te doen.