Ze zit rechtop in bed en gilt. Haar ogen zijn open maar ze kijkt door je heen. Ze duwt je weg als je haar wilt troosten. En de volgende ochtend weet ze van niets.
Dat was geen nachtmerrie.
Het verschil
Nachtmerrie
- In de tweede helft van de nacht, tijdens de droomslaap.
- Je kind wordt wakker, is bang en zoekt jou.
- Het is troostbaar en kan er soms iets over vertellen.
- Het herinnert zich de droom — soms nog dagen.
Nachtangst (pavor nocturnus)
- In het eerste of tweede uur van de nacht, tijdens de diepe slaap.
- Je kind schreeuwt, slaat om zich heen, zweet, is paniekerig — maar slaapt gewoon door.
- Het herkent jou niet en wordt onrustiger als je het probeert te wekken.
- Het herinnert zich er de volgende ochtend niets van.
- Duurt meestal enkele minuten tot een half uur.
Bij nachtangst is je kind niet bang. Jij bent bang. Dat is het grootste verschil met een nachtmerrie.
Wat je doet bij een nachtmerrie
Ga erheen, doe een klein lampje aan, troost. Benoem wat er is: "Je hebt naar gedroomd. Het is voorbij, ik ben er." Geen lange gesprekken midden in de nacht — dat maakt wakker.
Overdag mag je er wel over praten. Laat haar de droom tekenen, of bedenk samen een ander einde. Dat geeft grip.
Wat je doet bij nachtangst
Zo min mogelijk. Niet wekken, niet vasthouden als ze zich verzet, niet praten. Zorg dat ze zich niet kan bezeren en blijf erbij tot het zakt. Meestal draait ze zich daarna gewoon om en slaapt verder.
Vertel het de volgende ochtend niet. Ze weet van niets, en het verhaal maakt haar alleen bang voor het slapen.
Voorkomen
Nachtangst hangt sterk samen met oververmoeidheid en met een onregelmatig ritme. Eerder naar bed helpt vaak binnen een week. Komt het elke nacht rond dezelfde tijd? Dan kun je haar tien tot vijftien minuten daarvóór kort even licht wekken — dat doorbreekt het patroon.
Wat helpt bij angst in het donker
- Een vast, rustig avondritueel zonder schermen in het laatste uur.
- Een nachtlampje mag — dat maakt niet bang, dat geeft houvast.
- Let op wat ze overdag ziet en hoort. Ook een "onschuldige" tekenfilm kan blijven hangen.
- Neem de angst serieus zonder mee te gaan in het bestaan ervan. "Ik snap dat je het eng vindt. Ik blijf hier."
Wanneer je het bespreekt
Bij nachtangst meerdere keren per nacht, bij slaapwandelen met gevaar, bij snurken of hoorbaar zwaar ademen (dat kan op te grote amandelen wijzen), of als je kind overdag oververmoeid blijft. Bespreek het met het consultatiebureau of de huisarts.