Late praters: wanneer maak je je zorgen over de taal van je kind?

Op het schoolplein praat een kind van dezelfde leeftijd in hele zinnen. Die van jou wijst en brabbelt. En dan begint dat stemmetje in je hoofd.

Taalontwikkeling heeft enorme marges. Maar er zijn een paar momenten waarop het slim is om te laten meekijken — en vroeg is daarbij altijd beter dan afwachten.

De grote lijn

  • 6 tot 12 maanden: brabbelen met medeklinkers ("baba", "dada"), reageren op de eigen naam, wijzen.
  • 12 maanden: één tot drie herkenbare woordjes, begrijpt eenvoudige opdrachtjes.
  • 18 maanden: ongeveer tien tot twintig woorden, wijst dingen aan die je benoemt.
  • 2 jaar: ongeveer vijftig woorden en de eerste tweewoordzinnen ("mama weg", "meer sap").
  • 3 jaar: zinnen van drie tot vier woorden, voor bekenden grotendeels verstaanbaar.
  • 4 jaar: vertelt iets wat gebeurd is, ook voor vreemden verstaanbaar.

Begrijpen telt zwaarder dan zeggen

Dit is het belangrijkste onderscheid. Een kind dat weinig zegt maar alles begríjpt — dat de deur dichtdoet als je het vraagt, dat de juiste schoen pakt — zit meestal goed. Taalbegrip loopt altijd voor op taalproductie.

Zorgelijker is een kind dat ook niet lijkt te begrijpen.

Wijzen is bijna net zo belangrijk als praten. Een kind dat wijst om jou iets te laten zien, is bezig met communiceren.

Signalen om te laten meekijken

  • Op 12 maanden: geen brabbelen, geen wijzen, geen zwaaien.
  • Op 18 maanden: geen enkel woordje, of niet reageren op zijn naam.
  • Op 2 jaar: minder dan vijftig woorden, of geen enkele tweewoordzin.
  • Op 3 jaar: voor bekenden grotendeels onverstaanbaar.
  • Op elke leeftijd: verlies van taal die er al was. Dit is altijd reden voor een afspraak.
  • Weinig oogcontact, of nauwelijks samen delen in aandacht.

Laat eerst het gehoor testen

De eerste stap bij twijfel is bijna altijd een gehoortest. Terugkerende oorontstekingen of vocht achter het trommelvlies dempen geluid maandenlang, en dat vertraagt taal. Dat is goed te behandelen, en dan haalt de taal de achterstand vaak vanzelf in.

Wat je thuis kunt doen

  • Vertel wat je doet. "We doen je jas aan. Eerst deze arm." Klinkt gek, werkt enorm.
  • Wacht na een vraag. Tel in je hoofd tot tien. Kinderen hebben meer tijd nodig dan wij geduld hebben.
  • Herhaal en breid uit. Zegt ze "auto"? Zeg jij "ja, een rode auto rijdt."
  • Verbeter niet, herhaal goed. Niet "nee, het is gegeten" maar "ja, je hebt gegeten."
  • Lees voor, elke dag. Ook als ze niet stil zit. Ook hetzelfde boekje voor de veertigste keer.
  • Zing. Melodie en herhaling zijn goud voor taal.
  • Beperk schermen bij jonge kinderen. Taal leer je van gezichten die reageren, niet van een scherm dat doorpraat.

Meertalig opvoeden

Meerdere talen veroorzaken geen taalachterstand. Meertalige kinderen beginnen soms iets later, maar halen dat in. Tel bij het beoordelen van de woordenschat alle talen bij elkaar op. Spreek met je kind de taal die jij het beste beheerst — rijke taal is belangrijker dan welke taal.

Waar je terecht kunt

Het consultatiebureau doet standaard taalonderzoek en verwijst naar een logopedist. In Nederland is logopedie voor kinderen vergoed vanuit de basisverzekering met een verwijzing, en je hoeft er geen jaren voor te wachten.

Vroeg laten kijken is geen paniek. In veruit de meeste gevallen hoor je dat het goed komt — en dat is de rust die je zoekt.