Peuterpuberteit: waarom het tweede jaar zo koppig is

Ze wil zelf haar schoenen aandoen. Je laat haar. Het lukt niet. Je helpt. Ze wordt woedend omdat je hielp. Je haalt je hand weg. Ze wordt woedend omdat je niet helpt.

Welkom in het tweede jaar.

Wat er gebeurt

Rond achttien maanden ontdekt je kind iets enorms: zij is een apart persoon met een eigen wil. Dat is een gigantische ontwikkelingsstap en het voelt voor haar als macht. Alleen: ze kan bijna niets van wat ze wil, en ze heeft nauwelijks woorden.

Tegelijk is het deel van het brein dat impulsen remt nog nauwelijks ontwikkeld. Ze vóélt dus alles op maximaal volume en kan er niets aan afzwakken.

Koppigheid op deze leeftijd is geen brutaliteit. Het is een kind dat voor het eerst merkt dat ze een eigen mening heeft, en nog geen idee heeft hoe je die netjes brengt.

Wat helpt

Geef keuzes binnen jouw kader

Niet: "wil je je jas aan?" Wel: "de rode of de blauwe jas?" Twee opties, allebei goed voor jou. Dit haalt meer strijd weg dan wat dan ook.

Kondig overgangen aan

Een peuter kan niet schakelen. "Nog twee keer glijden, dan gaan we" werkt beter dan haar plotseling van de glijbaan halen.

Laat haar dingen zelf doen — en plan er tijd voor

Zelf de deur dichtdoen, zelf de knop indrukken, zelf haar bord dragen. Tien minuten eerder beginnen scheelt drie driftbuien.

Zeg vaker ja

Tel eens hoe vaak je op een ochtend nee zegt. Veel daarvan kan best. Bewaar je nee voor wat echt niet kan, dan heeft hij ook betekenis.

Wees saai als het escaleert

Tijdens een driftbui werkt uitleggen niet. Blijf in de buurt, zeg weinig, wacht. Praten doe je erna.

Wat je jezelf mag toestaan

Dat je het soms verschrikkelijk vindt. Deze fase is uitputtend en er is niemand die er de hele dag vrolijk van blijft. Verlaag je verwachtingen van jezelf en van de dag: minder afspraken, meer buiten, eerder eten.

Je bent geen slechte moeder omdat je kind een driftbui heeft in de supermarkt. Je bent een moeder van een tweejarige in een supermarkt.

Wanneer je meer wilt weten

Bespreek het met het consultatiebureau als het gedrag extreem heftig blijft, als je kind zichzelf pijn doet, als er nauwelijks taal ontwikkelt, of als jij merkt dat je vaker boos wordt dan je wilt. Dat laatste is een goede reden om hulp te vragen — niet omdat je faalt, maar omdat het slim is.