Obstipatie bij kinderen: vaker een gedragsprobleem dan een darmprobleem

Ze staat op haar tenen achter de bank, met een rood hoofd en gebalde vuisten. Dat lijkt persen. Het is het tegenovergestelde: ze houdt op.

De cirkel

Het begint met één harde, pijnlijke poep. Je kind onthoudt die pijn en houdt de volgende keer op. Hoe langer de ontlasting in de darm blijft, hoe meer vocht eruit wordt opgenomen — dus hoe harder hij wordt. De volgende keer doet nog meer pijn.

Zo raakt de darm uitgerekt, en dan verdwijnt het aandranggevoel. Op dat punt komt vaak het meest verwarrende symptoom: er lekt dunne ontlasting langs de harde prop. Ouders denken aan diarree, terwijl het juist verstopping is.

Een kind met vieze onderbroeken is bijna nooit lui of onwillig. Het is meestal een kind met een volle darm die het gevoel kwijt is.

Signalen

  • Minder dan drie keer per week poepen, of harde keutels.
  • Ophoudgedrag: op tenen staan, benen kruisen, wegkruipen.
  • Buikpijn die zakt na het poepen.
  • Weinig eetlust.
  • Vieze onderbroeken bij een kind dat al zindelijk was.
  • Bloed op het papier door een kloofje.

Waarom voeding alleen het niet oplost

Meer vezels en meer water helpen — maar bij een darm die al vol en uitgerekt is, is dat niet genoeg. Dan moet er eerst geleegd worden, en daarna moet de ontlasting maandenlang zacht blijven zodat het kind opnieuw durft.

Ga daarvoor naar de huisarts. De standaardbehandeling is een middel als macrogol, dat vocht in de darm vasthoudt. Dat is niet verslavend en niet schadelijk, en het wordt vaak maanden gebruikt. Te vroeg stoppen is de meest gemaakte fout — dan begint de cirkel opnieuw.

Wat je thuis doet

  • Vaste toiletmomenten: vijf minuten na elke maaltijd, ontspannen, zonder druk. De darm werkt het hardst na het eten.
  • Een voetenbankje. Knieën hoger dan de heupen ontspant de bekkenbodem. Dit maakt echt verschil.
  • Geen druk, geen straf, geen boos gezicht bij een ongelukje. Schaamte maakt ophouden erger.
  • Beweging — dagelijks buiten spelen doet meer voor de darm dan een extra glas water.
  • Vezels en vocht, als ondersteuning: volkoren, fruit, groente, peulvruchten.
  • Maak het saai. Een boekje mee, geen wedstrijd, geen beloningskaart die spanning geeft.

Wanneer je meteen gaat

Bij obstipatie bij een baby jonger dan een maand, bij braken, bij bloed in de ontlasting, bij gewichtsverlies, bij hevige buikpijn, of bij een kind dat helemaal niet meer plast. En bij twijfel gewoon: de huisarts kijkt liever één keer te veel mee.