Ze heeft voor de vierde keer overgegeven en je durft haar bijna niets meer te geven, uit angst dat het weer misgaat. Toch is drinken precies wat er moet gebeuren — alleen anders dan je denkt.
Het gevaar is niet het virus
Buikgriep gaat vrijwel altijd vanzelf over binnen enkele dagen. Het risico zit in uitdroging, en dat gaat bij jonge kinderen snel: hoe kleiner het kind, hoe sneller.
Signalen van uitdroging
- Minder plassen: minder dan vier natte luiers per dag, of meer dan zes tot acht uur niet geplast.
- Droge mond en lippen, huilen zonder tranen.
- Ingezonken ogen of een ingezonken fontanel bij baby's.
- Suf, slap of juist onrustig en niet te troosten.
- Koude handen en voeten, of een grauwe kleur.
- Huid die langzaam terugveert als je er een plooitje van optrekt.
Kijk naar de luiers. Dat is de betrouwbaarste thermometer die je thuis hebt.
Hoe je laat drinken
Dit is de kern: kleine hoeveelheden, heel vaak. Een grote slok op een lege, geïrriteerde maag komt er meteen weer uit.
- Begin met één theelepel of 5 milliliter, elke vijf minuten.
- Blijft het binnen? Bouw langzaam op.
- Gaat het mis? Wacht tien minuten en begin opnieuw met een kleine hoeveelheid.
- Een spuitje zonder naald of een lepel werkt vaak beter dan een beker.
Vraag bij de apotheek om ORS (oral rehydration solution). Dat is geen vitaminedrankje maar precies de juiste verhouding zout en suiker om vocht op te nemen. Maak het aan volgens de verpakking, niet sterker of slapper.
Wat je niet geeft
Frisdrank, sportdrank en onverdund vruchtensap. Die bevatten te veel suiker en trekken juist vocht de darm in — daar wordt diarree erger van. Ook geen kant-en-klare "zelfgemaakte ORS" op basis van een recept van internet: de verhoudingen luisteren nauw.
Borst- en flesvoeding
Blijf gewoon borstvoeding geven, vaker en korter. Bij flesvoeding: doorgaan, niet verdunnen, en ORS ertussendoor.
Eten
Zodra het braken minder wordt, mag je kind gewoon eten wat het aankan. Streng dieet is achterhaald. Begin met wat makkelijk valt — brood, rijst, pasta, banaan, yoghurt — maar dwing niets.
Wanneer je belt
- Een baby jonger dan zes maanden met braken én diarree.
- Tekenen van uitdroging uit de lijst hierboven.
- Bloed of slijm bij de ontlasting, of groen braaksel.
- Hevige buikpijn, of een bolle, harde buik.
- Hoge koorts, sufheid, of vlekjes die niet wegdrukken.
- Braken dat langer dan 24 uur duurt of diarree langer dan een week.
Verspreiding beperken
Handen wassen met zeep na elke verschoning en voor het eten — handgel werkt niet goed tegen norovirus. Aparte handdoeken, en het toilet dagelijks schoonmaken. Kinderen mogen meestal terug naar de opvang 24 tot 48 uur na de laatste keer braken of diarree; check het beleid.